Geruisloos scheurt een valk onder het wolkendek. Met krachtige slag verplaatst hij zijn luchtruim. Spiedend. Zijn jongen als drijfkracht, honger zijn metgezel. Beweging in zijn vizier, de jacht geopend, zijn prooi ten dode opgeschreven. Stil als het geluid veer veranderd hij van modus. Een knaagdier heeft niets gevoeld Maar diens jongen zullen het geweten hebben. Sabine 7jan/05

|