Een krultreurwilg met groene lokken bevlinderd met een gouden draad -zie, d’ aanvang van een dageraad-
waar ’t luchtlied glimlacht, onbevangen in de zachte mantel dezer dag -tot nieuw geluk wiegend vermag-
ruist poëzie doorheen ’t geblaarte walsen vlinders swingend mee -genietend glij ik, op d’ aromen mee-
Sabine Luypaert
|