Over een schimmige carrièretoestand
Sunshine on my shoulders, een liedje van John Denver uit 1975, speciaal aangevraagd door mezelf, voor mezelf, luidt uit de speakers op dit tuinterras om de boel hier wat op te vrolijken.
Het lukt, althans voor mij.
In deze halfwarme duisternis worden tenslotte amper proefdieronvriendelijke make-up setjes verhandeld, maar de koffie van het stalletje er bijna tegenover verkoopt wel rijkelijk en een muziekje doet wonderen.
Zoals dat in de meeste gevallen gebeurt, wordt ook deze kans om enig vrouwtje te versieren ter hand of ter slijm genomen, door menig aanwezige jongeling die zich stoer voordoende, met al dan niet, een sigaret tussen de bevallige lippen, schijnbaar nonchalant stond te warmen met een zedig kopje in de hand. Menig meisje werd een bakje troost geoffreerd in de hoop een afspraakje los te wrikken. Het leek wel een list van een bende trouwlustige wanhopelingen. Maar eerlijk toegegeven, ik vond het vooral amusant om af te kijken. Waarom het nou net hier allemaal te gebeuren stond, was iedereen en mij nog het meest een raadsel en, dus meer dan interessant genoeg om er een middagje uitpluizen aan te spenderen.
Tenslotte, moet een zichzelf respecterend schrijver er wat voor over hebben. Er leek trouwens een soort elektriciteit in de lucht te hangen. De jeugd voelde ze ook. Ik paste al langer dan vandaag niet meer in dat jeugdig plaatje maar moest eerlijkheidshalve toegeven dat zelfs mijn gerimpelde maar best leuk geconserveerde negenenveertigjarige lichaam, de vibraties eveneens watertandend waarnam, zij het om andere redenen. Ik was geenszins van plan deze beloftevolle kriebels te verbannen naar één of ander onbewoond eiland. Bij manier van spreken is dat dan.
Wel geef ik toe, altijd mild gestemd geweest te zijn voor hen die de liefde trachtten te vinden. Maar de ervaring leert dat zij die niet zoeken de meeste kans hebben haar daadwerkelijk te vinden, vroeg of laat, meestal laat is dat dan. Vergeef me mijn vooropgesteld cynisme maar, zo gaat dat nu eenmaal. Ons klotebestaan (vergeef me ook deze uitdrukking), maakt het ons graag zo moeilijk. Gewoon omdat de lol er anders af blijkt te zijn voor die macho’s die hierboven de touwtjes in handen schijnen te hebben. U moet me even verontschuldigen, deze gedachte maakt me zelfs even sprakeloos.
Voor hen die de liefde nooit vinden wacht een roemloos einde, besef ik opeens. Verscheurend is dat.
Op bescheiden wijze komt er een blond dametje aangewandeld. Een langbenige krullenbol van het mannelijk geslacht heeft haar zo goed als meteen in het vizier. Zij is zich duidelijk van geen kwaad bewust. Bijna hypnotisch gloeien zijn ogen bij elke stap dat ze naderbij komt.
Ik schik me even terug zedig op mijn stoel en neem een schijndromerige pose aan. Naar mijn idee zal hij bot vangen. Benieuwd. Ik wed tegen mezelf. Als ik win bestel ik me een wijntje, als ik verlies een bifiworst. Ik haat bifiworst. Een mens weet niet half wat er allemaal ingedraaid wordt, maar dat houdt me niet tegen. Van alle eetwaren weten we tenslotte niet half wat we allemaal binnenspelen, dus van een worstje meer of minder zal ik heus niet sterven, hoop ik. Bij een biertje is het trouwens best te pruimen. Hoewel ik het instinctief haat. Maar dat is in feite een zeldzaam gevolg van een jeugdtrauma ten tijde van het internaat waar ik enkele jaren de banken mocht gaan verslijten op vrijwillige verplichte basis. Wees gerust, Ik zal jullie het onmenselijke verhaal besparen. Ik verklap enkel dat het ver voor het officiële ontstaan van de homoparades was en dat de meesten onder ons in prachtige outfits verkleed waren. Wat ons door de paters helemaal niet in dank werd afgenomen, integendeel. Soit, ik dwaal weer af.
De krullenbol is er zowaar in geslaagd het meisje op een koffie te trakteren. Net toen het er naar uitzag dat het noppes ging zijn verscheen daar zo een trezebezengniffel van het truttige soort. Ronduit walgelijk is dat. Zo een verwende nestjesgrijns die me aan een poppenkast met roze Barbies doet denken. Bij nadere bestudering lijkt ze inderdaad wel net iets te jong om echt op zijn avances in te gaan. Mijn nieuwsgierigheid nadert een ander level van interesse. Benieuwd hoe dat afloopt. Misschien beseft ze zelfs nog niet eens dat hij haar probeert te verleiden. Stel je voor. Ofwel domineert hij nu haar gedachten al. Wie weet is het niet de eerste prille stap zonder de mama in de buurt, die ze zet op het bizarre verleidingspad, al dan niet onbewust. Mijn fantasie loopt duidelijk weer voor. Zal zeker aan die valentijnperiode liggen, een mens wordt er zowaar melancholisch van. Soms sta ik echt mezelf in de weg. Ik ontwaar een pluizig knietje als de schaduwranden van de vooravond de jongeling zijn profiel bereiken en tracht nu ook zijn leeftijd te schatten. Voorlopig hou ik het op zeventien.
Haar geluid van weer een irritant giechelsalvo, doet me meteen drie jaar aftrekken van haar geschatte leeftijd, ondanks de wulpse vormen. De jeugd van tegenwoordig is geen jeugd meer.
Waarom maken ze het me toch zo moeilijk. Al wat een eenzaat als ik echt wil, is een goed onderwerp en een hoop inspiratie om mijn liefdesverhaal van de eeuw te schrijven. Helemaal niet veel gevraagd vind ik zelf maar zelfs dat wordt me niet gegund. Bonjour tristesse maar weer. Anders kan ik het zelfs niet bekijken, noem het voor mijn part bekrompen, het kan me allemaal wat. Jullie ook.
Ik bestel me nog een kruik bier. Het ziet er naar uit dat ik hier nog lang ga zijn aan dit tempo. Met enige verveling die onverwacht toeslaat bekijk ik de mensen die voorbij wandelen en mij een vreemde blik gunnen met een gemene frons. Ze kunnen me wat. Ik gaap ongegeneerd en krijg zin in tomaat. De tomaat doet me weer aan de rode wijn denken.
Waarom kan die snotneus nu niet gewoon voortdoen, ik heb echt niet de hele dag de tijd. Ze moeten onderhand toch al bijna een klutsbuik hebben van al die koffie?
Mijn ogen worden moe van al dat gepier. Uiteindelijk besluit ik toch maar huiswaarts te keren, zij het van armoede. Die onnozele giechelarij is tenslotte niet meer aan mij besteed, ik word er enkel lastig van. Nog lastiger. En ik haat mensen die zich ergeren, dus moet nu een hekel aan mezelf krijgen. Hoe verdomd progressief, een vloek van de oude garde ontglipt me. Ik bescherm mezelf tegen dingen die opgelegd zijn en vraag geïrriteerd de rekening, die me met grote lach overhandigd wordt en die ik met niet mis te verstaan vies gezicht betaal. Een mens raakt hier nog gerennuweert en, dat allemaal voor een kloteverhaal dat morgen ook al achterhaald is.
Ik vervloek mezelf voor de derde keer reeds vandaag om mijn carrièrekeuze die ik ooit maakte. Ik herinner het me zelfs amper. Ooit had ik een gemiddeld postuur met een meer dan gemiddeld IQ en een rode fiets, wat op zichzelf al bizar is, want ik heb tevens een ingebouwde afkeer van rode vervoermiddelen, vooral als er wielen onder staan.
Ik herinner me voor de dooie dood niet hoe ik die keuze ooit kunnen maken heb. Het lijkt vreselijk, maar ik ben dan ook een vreselijk mens. Gefrustreerd noemen ze mij soms in stilte, want luidop heeft dat gevolgen met meestal een blauw oog als kleine verduidelijking van mijn idee daarover. En dan word ik agressiviteit verweten, assertief opkomen voor mijn eigen zelfbeeld noem ik dat. Dik pokkegelogen trouwens. Hoe ze daar bijkomen mag ook zo een van die onopgeloste raadsels beschouwd worden. Het is enkel een verschil van interpretatie heb ikzelf geconcludeerd. Het maakt trouwens allemaal niet veel meer uit, ze kunnen me wat.
Ik voel de drang om iemand te willen ompraten over iets en om mezelf te laten trakteren op een fatsoenlijke maaltijd. De geknipte persoon daarvoor schiet me meteen voor de ogen, maar ik heb geen zin in oeverloos gepalaver dat na het dessert steevast in de badkuip eindigt met een portie vleselijkheid als vriendendienst waar ik mezelf naderhand alleen maar nog ellendiger door voel. Het is een knudde dag. Ik denk dat ik hem maar verder naar de kloten help en thuis nog een flesje rood kraak met een muziekje op volume zeven. Tenslotte moet een mens er iets voor over hebben op de meest romantische dag van het jaar.
Ik geniet toch even met enige weemoed van wat zelfmedelijden. Het voelt ineens haast als herboren worden. Met een gespeelde tevredenheid hijs ik me recht en keer huiswaarts waar mijn vrouw mij wellicht ook al met een haar zo bekende pose van niet mis te verstane vleselijke aanwezigheid zal opeisen, onder het mom van schrijnende vrouwelijke tekorten en ik, arme dwaas, zal me dan maar weer als gewillige slaaf opofferen teneinde toch enkele uren rust toebedeeld te krijgen naderhand.
Je mag me mijn geklaag echt niet kwalijk nemen. Dit doe ik dus echt niet voor mijn plezier. Ik tel de dagen achtereen en sleep me werktuiglijk voort. Mijn wereld is een verdorven oord. Ik voel iets wazig over me komen. Weer tijd voor een pil. Daar zijn die rotverplegers weer……ik zet mijn meest valse gezicht op…..
Sabine Luypaert ingezonden op 11 feb 06
|